Lodewijk van Deyssel, Menschen en bergen

site_menschenenbergen2

Tussen 1886 en 1891 werkte Lodewijk van Deyssel (1864-1952) aan zijn prozagedicht ‘Menschen en Bergen’. Dit in De nieuwe gids van 1889, 1890 en 1891 gepubliceerde werk is een sleuteltekst in de ontwikkeling van het Nederlandse literaire proza rond 1900. Met de aanduiding ‘prozagedicht’ plaatste Van Deyssel de tekst in een moderne literaire traditie, die hij kende uit de Franse literatuur. Hij gaf er ook mee aan dat ‘Menschen en Bergen’ niet zomaar als een gewoon verhaal, maar – ook – als poëzie gelezen moet worden.

Mieke Lelyveld draagt voor uit ‘Menschen en bergen’

De ontstaansgeschiedenis van ‘Menschen en Bergen’ is fascinerend. De wording van de tekst is te volgen in de bewaard gebleven voorstadia: het handschrift, de verbeterde drukproeven en verschillende gepubliceerde versies. Samen geven die versies een beeld van de worsteling van Van Deyssel om een tot het uiterste geïntensiveerd proza te schrijven, in dienst van een steeds verdergaande exploratie van de mogelijkheden om nog onbekende aspecten van de werkelijkheid in literatuur bloot te leggen.

In de elektronische editie van ‘Menschen en Bergen’, die op 25 september 2009 werd gepresenteerd, kan die ontstaansgeschiedenis op de voet gevolgd en bestudeerd worden. Niet alleen is hier de tekst zelf naar de eerste publicatie in boekvorm in Prozastukken (1895) te raadplegen, maar zijn alle varianten en bovendien de integrale tekst van enkele afwijkende versies beschikbaar gesteld. Alle tekstversies zijn elektronisch doorzoekbaar zijn en de tekst is voorzien van een uitvoerige literair-historische toelichting.

Nederlands
English

Zoek op deze site